De busrit naar Trier begon al erg vroeg in de ochtend. Nadat we de koffers hadden ingeladen, stormde iedereen naar de bus om een goed plaatsje te veroveren. Na twee uur stopten we in een wegrestaurant voor een kleine pauze. Daarna stapten we opnieuw op de bus richting Trier. Rond halfeen kwamen we daar aan en verorberden onze picknick in de tuin van het Keurvorstelijk Paleis. Dat paleis was de residentie van de keurvorsten van het aartsbisdom Trier van de 17de eeuw tot 1749. Het paleis is een menging van de stijlen renaissance en rococo en staat pal naast de Romeinse Basilica van Constantijn.
Na de picknick stond een bezoek aan het amfitheater op het programma. Dit amfitheater, waar plaats was voor 20 000 man, kan het kleine broertje van het Colosseum in Rome genoemd worden. We konden ons niet voorstellen dat hier ooit zoveel mensen hadden samengezeten! Ook zijn we onder de arena afgedaald en zagen de ondergrondse kelderruimte, waar de gladiatoren verbleven voor ze naar boven kwamen om in de arena te strijden. We waanden ons even in het heetst van de strijd! Na het amfitheater was het tijd voor de beklimming van de Petrisberg. Via enkele haarspeldbochten en een pad tussen de wijnranken, kwamen we boven, waar het uitzicht adembenemend was. We zagen van bovenaf de hele stad Trier, het amfitheater, de wijngaarden … Hier werden veel foto’s gemaakt.

Toen was het tijd voor een bezoek aan de Keizerthermen. Dit was een Romeins badhuis, waar men niet alleen kon baden maar ook bijvoorbeeld sporten en gemasseerd worden. Het werd gebouwd voor keizer Constantijn, maar die vertrok uit Trier naar Constantinopel voor de thermen klaar waren. Een wandeling door het labyrint van zijn donkere, nauwe, onderaardse gangen leverde hier en daar gegil op …
Om de dag af te sluiten gingen we naar de basilica. Dat is een indrukwekkend groot gebouw! Wist je dat de Porta Nigra er tweemaal in past? We hebben het zowel de buitenkant met zijn rode bakstenen als de vrij sobere binnenkant kunnen bewonderen.
Ondertussen was het tijd om onze slaapplaats op te zoeken. We verbleven in een jeugdherberg langs de Moezel. We kwamen aan rond 20.00 uur en nadat we te horen gekregen hadden met wie we in welke kamer zouden slapen, gingen we de bedden opmaken. Tegen 22.00 uur was iedereen, volgens de afspraak, op zijn eigen kamer. Na een redelijk rustige nacht, waren we met zijn allen om 7.00 uur present, de ene al wat meer uitgeslapen dan de andere … We schoven aan voor een uitgebreid ontbijtbuffet. Na een laatste controle van de kamers vertrokken we te voet naar Trier voor het vervolg van de stadswandeling.
Op weg van de jeugdherberg naar het stadscentrum passeerden we langs de Römerbrücke (Romeinse brug). Deze brug behoort tot het werelderfgoed en heeft zes pijlers. Twee van deze pijlers zijn nog in hun oorspronkelijke staat, zoals de Romeinen ze gebouwd hebben. De brug is gebouwd bij een ondiep stuk in de Moezelrivier waar de mensen vroeger, toen de brug er nog niet stond, konden oversteken. Naast de brug staat een Zollkran uit de 18de eeuw die 360 graden kan draaien dankzij een beweegbaar dak. De kraan diende om schepen te laden en lossen en werd bediend door kinderen die in het looprad liepen.
We kwamen ook voorbij de Barbarathermen, een van de drie Romeinse thermen in Trier. Het was het vierde grootste thermencomplex van het Romeinse rijk en het is gedurende meerdere eeuwen in gebruik gebleven. Nu zijn alleen de funderingen nog zichtbaar.
Daarna bezochten we het Rheinisches Landesmuseum. Het was een heel mooi bezoek. Hoewel er strenge beveiliging was, hebben we heel wat overblijfselen en waardevolle schatten uit de Romeinse tijd kunnen bewonderen. Zeker de collectie gouden munten was uniek.
Toen was het alweer tijd voor het middagmaal. Alle klassen kwamen er samen op de Hauptmarkt! Het is een leuk marktplein met gebouwen in typisch Duitse stijl. Je vindt er ook het Driekoningenhuis: een kleurrijk huis dat dateert uit de middeleeuwen. Het merkwaardigste is de deur die zich bevindt op de eerste verdieping. Verder zijn er in de buurt van de Hauptmarkt nog leuke winkels en gezellige restaurantjes. Tijdens de middagpauze mochten we zelf in groepjes kiezen waar we aten.
Op vrijdag zijn wij ook nog naar de Dom en de Onze-Lieve-Vrouwkerk geweest. Deze twee kerken zijn de moeite om te zien. Iedereen luisterde heel aandachtig naar de verhalen erover. In de heiligdomskamer van de Dom wordt de Heilige Rok bewaard, die om de zoveel jaar tentoongesteld wordt. We vonden het super dat we zo dicht bij het gewaad konden staan, ook al konden we het niet zien. Daarnaast hebben we ook nog een kaarsje kunnen aansteken. Het was een heel toffe ervaring.
Last but not least bezochten we de Porta Nigra. We waren al een paar keer aan deze monumentale poort voorbijgelopen en hadden haar al kunnen bewonderen van de buitenkant, maar we waren nog niet binnen geweest. Op de tweede dag deden we dat wel: eventjes meer dan honderd trappen omhoog! De poort diende als stadspoort van Trier. In de 11de eeuw liet een Griekse kluizenaar er zich voor zeven jaar in opsluiten. Na zijn dood werd hij heilig verklaard en kreeg de Porta Nigra voor een tijdje de bestemming van kerk. Later herstelde Napoleon de Porta Nigra terug in de oorspronkelijke staat. De poort is gemaakt uit zandsteen. Dat is ook de reden waarom ze zwart is, want zandsteen is een poreus gesteente en wordt zwart door de luchtvervuiling.
Jammer genoeg was het na deze leuke dag alweer tijd om te vertrekken. Na een lange busrit en een tussenstop in Wanlin voor het avondeten, kwamen we eindelijk weer veilig en wel in Kortrijk aan. Het was een onvergetelijke tweedaagse!
klas 23